Devi had verlof gekregen en de familie had een Toyota Qualis ter beschikking waar we allemaal inpasten. Jayan en Vincent als copiloot vooraan met Dilip, daarachter Subha, amma (amma is Malayalam voor mamma) en mammie en de rest van ons pasten net op twee bankjes tegenover elkaar langs achter. Het plan was te vertrekken om 5.30 maar zoals gewoonlijk ginder was er amper iemand klaar dus het was 6.30 tegen dat iedereen op zijn plaats in de Qualis zat en we eindelijk koers zetten naar het zuiden. Langs de straat zie je dikwijls kleine kinderen in uniform naar school stappen. De helft van de scholen in Kerala zijn Christelijk. Er zijn katholieke, orthodoxe school, een Adventschool en die van Dinesh was er een voor Syrische Christenen. Meer dan 99% van de Keralites kunnen lezen en schrijven. Dat is evenveel als de Belgen en het hoogste percentage in heel India. De Indische regering heeft een grote inspanning gedaan om zijn inwoners een goeie opleiding te geven, en het resultaat is gekend. Indiërs werken overal ter wereld en het geld dat zij verdienen komt ten goede aan hun familie en zo onrechtstreeks aan het land waarin ze wonen. Na niet al te lang rijden reden we de grens met Tamil Nadu over. In de vroege sixties heeft er een ruil plaatsgevonden tussen Tamil Nadu en Kerala. Een gebied dat nu het noorden van Kerala is werd geruild voor het gebied waar we nu doorreden, het uiterste zuiden van India. De reden was dat Kerala een stuwmeer nodig had om elektriciteit te genereren. Onze eerste stop was een wondermooi plaatsje bij een meer. Palmbomen overal natuurlijk, maar toch niet zoveel als in Kerala. Nu en dan trok een span bruinzwarte ossen met lange puntige horens voorbij en even verderop stonden enkele vrouwen hun kleren en hun kinderen te wassen. Vincent had een complete picknick klaargemaakt verpakt in een bananenblad dus dat was smullen ! De volgende stop was het geboortehuis van de mamma van Dinesh. Het was een vrij groot en mooi huis, met een grote veranda die van op een hoogte neerkeek op de straat en een tempel. Verbazingwekkend voor zuid-India mocht ik de tempel wel binnen. De Tamils houden van veel kleurtjes, zo werd mij verteld, en van grote snorren. Maar vooral om die eerste reden hadden de meeste Tamil tempels rode verticale streepjes rondom. Iedereen moest zijn schoenen uittrekken en de mannen moesten hun bovenlijf ontbloten. Ik werd meegetroond door Devi die mij alle idols toonde, en hoe je er rond moet lopen (met de wijzers van de klok mee). Vlakbij was een nogal vieze rivier waar allerlei mannen aan het baden waren, waarschijnlijk een ritueel bad vooraleer ze naar de tempel gingen. Daarna gingen het te voet bergopwaarts naar het ouderlijke huis. Het huis en alle eigendommen waren lang geleden al voor een appel en een ei verkocht aan andere mensen maar natuurlijk is het de bedoeling om ooit het huis terug te kopen. De mensen waren heel gastvrij en boden ons een rondleiding aan die we beleefd afsloegen hoewel de mamma dolgraag ingegaan was op het aanbod. Volgende stop : alweer een ouderlijk huis, ditmaal dat van Devi. Het huis was vierhonderd jaar oud, een verdieping maar en in het midden was er een soort patio’tje met een bak om regenwater op te vangen. Veel meubilair stond er niet maar er woonden nog steeds mensen, een tante en nonkel van Devi met hun dochtertje Parvathi dat ik vorige keer ook had ontmoet. Op het trouwfeest van Deepak en Devi was ze de hele tijd rond mij blijven hangen en mij bestookt met allerlei vragen over België en ze was dolblij mij weer terug te zien en ik moest beloven de volgende keer een hele dag te blijven. Het huis was op zeker moment opgedeeld tussen verschillende erfgenamen (vrouwen, mannen erven gewoonlijk niet in Kerala) maar van die andere delen schoot niet meer van over. Er was wel weer een familietempeltje, lichtblauw geschilderd, en een grote schilderachtige rijstplantage. Midden in de plantage was een vijvertje met heel kleine visjes en een heel magere koe die stond te grazen op het dunnen boordje rond de vijver. We keerden terug en de koe had het niet zo op ons begrepen en ze sprong midden in de rijst en begon enthousiast te grazen. J Met veel moeite kon Devi de koe weer op het droge duwen.

Spoedig daarna
begon het weer heel hard te regenen en het stopte eigenlijk niet meer tot we
terug in Trivandrum waren. Regen wordt ginder beschouwd als iets positiefs en
het is niet uitzonderlijk om tijdens een regenbui de mensen elkaar zien te
verdringen voor een raam om eer ten volle van te kunnen genieten. Dus iedereen
vrij happy in de auto terug. Gelukkig is de stad heuvelachtig (gebouwd op zeven
heuvels, net zoals Rome en Brussel ;-) ) zodat het water op de meeste plaatsen
wel wegstroomt (naar de beide bushaltes, zoals eerder vermeld). In Trivandrum
moesten we nog een boodschap doen. Devi’s nichtje wordt binnenkort zes maanden
en ze wou haar een cadeautje geven. Als Indiërs niet weten wat gegeven als
cadeau geven ze iets in goud. Juwelen, artefacten belegd met bladgoud of gewoon
een klompje goud. India is de grootste consument van goud in de wereld en het
land heeft ook de grootste goudreserve (in de vorm van juwelen, want het land
heeft maar één goudmijn) ter wereld. Het goud is ginder 24 karaat, waardoor het
goud veel geler is dan bij ons, en veel fijner te bewerken. De juwelen zijn
echte kunstwerkjes! Devi kocht haar nichtje dus een gouden armbandje.